Meer Nieuws

Nieuwsbrief van 9 februari 2017

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Behandelde onderwerpen in deze nieuwsbrief:

 

WOZ-beschikking 2017
Binnenkort vallen de door gemeente verzonden WOZ-beschikkingen van eigenaren van onroerend goed weer in de bus. Niet alle gemeenten houden voldoende rekening met de invloed van de economische crisis van afgelopen jaren en andere regionaal waardedrukkende factoren. De door de gemeente bepaalde WOZ-waarde wordt niet alleen gebruikt als grondslag bij de gemeentelijke heffingen, maar ook bij:

Het is daarom van belang om de juiste WOZ-waarde te hanteren. Controleer de WOZ-beschikking goed, en maak indien nodig hiertegen bezwaar. Dit kan binnen 6 weken ná dagtekening van de gemeentelijke aanslag.

 

Vervallen tijdklem bij Kapitaalverzekering Eigen Woning
Sinds 1 januari 2013 is het niet meer mogelijk om een zgn. Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW) af te sluiten. Toch zijn er nog genoeg mensen die nog een KEW hebben die is gekoppeld aan hun eigen woning. Een KEW werd afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij en hier wordt periodiek premie betaald. Aan het einde van de looptijd van de verzekering keert de verzekeraar een bedrag uit, waarvoor een vrijstelling geldt. Deze vrijstelling geldt alleen als je aan de voorwaarden van minimaal 15 of 20 jaar premiebetaling hebt voldaan. Deze minimale premiebetalingsduur wordt de zgn. tijdklem genoemd.

Per 1 januari 2017 vervalt in een aantal gevallen de tijdklem en is de (vroegtijdige) uitkering niet belast. De tijdklem vervalt voor de belastingplichtige:

Er dient nog wel steeds aan de overige voorwaarden voor onbelaste uitkering te worden voldaan, zoals de bandbreedte van 1:10 bij premiebetalingen en dat de afkoopwaarde wordt gebruikt voor de aflossing van de eigenwoningschuld.

Daar waar KEW staat, geldt hetzelfde voor Spaarrekening Eigen Woning (SEW) en Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW).

 

Autobelastingen 2017
Met ingang van 2017 zijn de autobelastingen veranderd, eenvoudiger.

 

Geen aftrek BTW bij postbusnummer leverancier
Een (inkoop)factuur moet aan de factuurvereisten voldoen, om de voorbelasting voor de BTW in aftrek te kunnen nemen. Eén van deze factuureisen is dat het (feitelijke) vestigingsadres van de afnemer op de factuur vermeld staat. Vermelding van alleen een postbusnummer is niet voldoende. De Belastingdienst kan hierover moeilijk doen en de aftrek van de voorheffing weigeren of zelfs een boete opleggen. Deze kan oplopen tot maximaal € 5.278.

 

Vereenvoudiging terugvragen BTW oninbare debiteuren
Met ingang van 1 januari 2017 zijn de regels omtrent de BTW-gevolgen van oninbare debiteuren gewijzigd. Deze nieuwe regels maken het eenvoudiger om BTW van oninbare facturen geheel of gedeeltelijk terug te vragen.

Wanneer duidelijk is dat een bepaalde factuur niet of slechts gedeeltelijk voldaan zal worden, heeft dit sinds 2017 gevolgen voor zowel de schuldeiser (leverancier) als de schuldenaar (afnemer).  De schuldeiser kan nu de BTW die betrekking heeft op het niet-betaalde-deel van de factuur, terugvragen via de reguliere aangifte BTW. Een apart verzoek aan de Belastingdienst is dus niet meer nodig. Terugvragen via reguliere aangifte kan tot uiterlijk één jaar na het einde van de betalingstermijn van de betreffende factuur.

De niet-betalende afnemer zal de reeds afgetrokken BTW weer verschuldigd zijn, ook uiterlijk één jaar na het tijdstip van opeisbaarheid van de vergoeding.

Wanneer alsnog een deel van de factuur op een later tijdstip wordt voldaan, zal de BTW weer terugbetaald resp. teruggevorderd kunnen worden.

 

Gebruikelijk loon DGA 2017
Voor een aanmerkelijk-belanghouder, die in loondienst is bij zijn eigen BV, geldt een gebruikelijk loon. Het gebruikelijk loon stijgt in 2017 naar € 45.000 op jaarbasis; dit was
€ 44.000 sinds 2014. Dit bedrag is een minimumloon voor DGA’s, tenzij hij aannemelijk kan maken dat bij een meest vergelijkbare dienstbetrekking van een werknemer, die geen DGA is, een lager loon gebruikelijk is.

Deze ‘gebruikelijk-loonregeling’ is soepeler voor DGA’ers van start-ups. Gezien het innovatieve karakter van veel start-ups, mag een DGA maximaal drie jaar het wettelijk minimumloon hanteren.

 

Investeringsaftrek 2017
Ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen, kunnen (onder voorwaarden) profiteren van drie soorten investeringsaftrek. Elk jaar wijzigen de tarieven van deze aftrekmogelijkheden.

Zowel voor ondernemers voor de Inkomstenbelasting als de Vennootschapsbelasting is de investeringsaftrek onderverdeeld in drie aftrekmogelijkheden:

 

1.Kleinschaligheidsaftrek
Wanneer de ondernemer investeert in bedrijfsmiddelen met een totaal tussen € 2.301 en
€ 312.176, kan er een percentage van het investeringstotaal afgetrokken worden op de winst. Tussen € 2.301 en € 56.192 bedraagt de aftrek 28%, tussen € 56.193 en € 104.059 is de aftrek een vast bedrag van € 15.734 en bij een investeringstotaal tussen € 104.059 en € 312.176 bedraagt de aftrek € 15.734 minus 7,56% van het deel bóven de € 104.059.

 

2.Energie-investeringsaftrek.

Investeringen die in aanmerking komen voor de Energie-investeringsaftrek, staan vermeld in de Energielijst 2017 die onlangs is gepubliceerd: http://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/12/Energie-investeringsaftrek%20-%20Energielijst%202017.pdf
Voor bedrijfsmiddelen die in de Energielijst staan vermeld, kan EIA aangevraagd worden via www.rvo.nl. Bij toekenning hiervan kan 55,5% van het investeringsbedrag (met een minimum van € 2.500) in mindering gebracht worden op de (belastbare) winst.

 

3.Milieu-investeringsaftrek en VAMIL.

Investeringen die in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek en/of VAMIL, staan vermeld in de Milieulijst 2017 die onlangs is gepubliceerd:
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2017/01/Milieulijst%202017.pdf
De bedrijfsmiddelen in de Milieulijst zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de categorie is er een extra aftrek tussen 13,5% en 36% mogelijk ten laste van de winst. Daarnaast zijn er bedrijfsmiddelen aangewezen waarvoor voor 75% van het investeringsbedrag ‘vrij’ mag worden afgeschreven (versneld of vertraagd). Op de overige 25% van het investeringsbedrag wordt regulier afgeschreven. Ook MIA en VAMIL wordt aangevraagd via www.rvo.nl .

 

Investeringssubsidie Duurzame Energie 2017
De subsidieregeling Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) 2017 is weer geopend. Tot 31 december 2017 kan de aanvraag hiervoor ingediend worden. In totaal is € 70 miljoen beschikbaar voor deze subsidie. De ISDE-regeling staat open voor zowel particulieren als ondernemers, die willen investeren in een duurzaam energiebesparend apparaat, zoals een warmtepomp, zonneboiler, biomassaketel of palletkachel.

Als organisatie kan de aanvraag ingediend worden bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en beschikken over eHerkenning met betrouwbaarheidsniveau 1.

Op het moment van de aanvraag, mag het apparaat nog niet zijn gekocht. Pas als er ná het indienen een referentienummer van de subsidieaanvraag bekend is, mag er ‘geshopd’ worden.

 

Vraag de subsidie tijdig aan, want de aanvragen worden op volgorden van binnenkomst verwerkt.


terug