Meer Nieuws

Nieuwsbrief van 28 juni 2018

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Behandelde onderwerpen in deze nieuwsbrief:

 

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2018

Per 1 juli 2018 stijgt het wettelijk minimumloon met 1,03% ten opzichte van 1 januari 2018. Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 juli 2018 zijn als volgt (in €):

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
22 jaar en ouder 100 % 1.594,20 367,90 73,58
21 jaar 85 % 1.355,05 312,70 62,54
20 jaar 70 % 1.115,95 257,55 51,51
19 jaar 55 % 876,80 202,35 40,47
18 jaar 47,5 % 757,25 174,75 34,95
17 jaar 39,5 % 629,70 145,30 29,06
16 jaar 34,5 % 550,00 126,95 25,39
15 jaar 30 % 478,25 110,35 22,07

 

Het bruto minimumloon per 1 juli 2018, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek (inclusief 1,03% verhoging) bedraagt in €:

Leeftijd

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

40 uur per week

minimumloon per uur:

22 jaar en ouder 10,22 9,69 9,20
21 jaar 8,69 8,23 7,82
20 jaar 7,16 6,78 6,44
19 jaar 5,63 5,33 5,06
18 jaar 4,86 4,60 4,37
17 jaar 4,04 3,83 3,64
16 jaar 3,53 3,35 3,18
15 jaar 3,07 2,91 2,76

 

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst op basis van de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) in de leeftijd van 18 t/m 20 jaar, gelden per 1 juli 2018 de volgende – afwijkende – bedragen in €:

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
20 jaar 61,5 % 980,45 226,25 45,25
19 jaar 52,5 % 836,95 193,15 38,63
18 jaar 45,5 % 725,35 167,40 33,48

 

Leeftijd

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

40 uur per week

minimumloon per uur:

20 jaar 6,29 5,96 5,66
19 jaar 5,37 5,09 4,83
18 jaar 4,65 4,41 4,19

 

 

Vakantiewerk en bijverdienen

De zomermaanden komen eraan, en veel jongeren en studenten gebruiken deze periode om een zakcentje bij te verdienen. Voor de minimumloongrenzen verwijzen we naar het bovenstaande artikel. Maar er zijn meer zaken waar je om moet denken als je bijverdient. Zo zijn er bijverdiengrenzen voor de studiefinanciering én kinderbijslag.

 

Er bestaat een bijverdiengrens van maximaal € 14.456 (verzamelinkomen of belastbar loon) op jaarbasis in 2018. Deze bijverdiengrens geldt voor de volgende groepen:

 

Voor studenten in het hoger onderwijs bestaan momenteel twee stelsels voor de studiefinanciering naast elkaar: het oude stelsel (met basisbeurs en eventueel aanvullende beurs en lening) en nieuwe stelsel (zonder basisbeurs). Studenten in het HBO/WO die volledig onder het nieuwe stelsel vallen, geldt de bijverdiengrens niet; ook niet als zij een studentenreisproduct hebben.

 

Jongeren onder de 18 jaar, krijgen te maken met de bijverdiengrens voor de Kinderbijslag. Ouders van vakantiekrachten van 16 of 17 jaar, ontvangen geen Kinderbijslag als hij/zij meer dan € 1.285 netto per kwartaal verdient. In de zomervakantie mag er € 1.319 netto extra verdient worden, alvorens er gekort wordt op de Kinderbijslag.

Voor 15-jarigen geldt geen bijverdiengrens.

 

 

Subsidieregeling Praktijkleren

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stimuleert werkgevers om praktijk-leerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden door middel van de Subsidieregeling Praktijkleren. Met deze regeling kunnen leerlingen, deelnemers, studenten of werknemers die een beroepsopleiding volgen, zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt, waar de toekomstige werkgevers ook van profiteren.

 

De Subsidieregeling is een tegemoetkoming in de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van de leerling, deelnemer of student. De regeling richt zich met name op:

 

Om in aanmerking te komen voor de Subsidieregeling, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze zijn verschillend per onderwijscategorie: vmbo, MBO-bbl, HBO, promovendi en toio’s (technisch ontwerper in opleiding). Vanaf schooljaar 2017/2018 vallen ook leerlingen in het VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs), PRO (Praktijkonderwijs) en Entree (entree-opleiding in het voortgezet onderwijs) onder de Subsidieregeling.

 

Voor het school- of studiejaar 2017/2018 kan de aanvraag ingediend worden van 2 juni 2018 (09.00 uur) tot uiterlijk 17 september 2018 (17.00 uur). In deze periode vraag je subsidie aan voor de begeleiding en kosten in het schooljaar 2017/2018, welke loopt van 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2018.

De aanvraag moet digitaal ingediend worden via het eLoket van RVO.nl. Hiervoor heeft u minimaal een eHerkenning niveau 1 nodig.

Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

 

Voor meer informatie of assistentie bij de aanvraag, kunt u contact opnemen met onze collega’s van de loonadministratie.

 

 

Energie-investeringsaftrek in 2019 omlaag

De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscaal instrument om ondernemingen te stimuleren te investeren in duurzame energie. Met de EIA kan een deel van de aanschafkosten in energiezuinige investeringen, mits zij voorkomen op de Energielijst én hoger is als € 2.500, afgetrokken worden van de winst. Dit geldt voor zowel ondernemers voor de Inkomstenbelasting als Vennootschapsbelasting.

In 2018 kan 54,5% van de aanschafkosten worden afgetrokken. In 2019 gaat dit percentage omlaag naar 45%. Het is dus, fiscaal gezien, voordeliger om nog in 2018 te investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen.

 

 

Bijtelling elektrische auto’s in 2019 omhoog

Momenteel gelden er twee bijtellingscategorieën voor de ‘auto van de zaak’. Auto’s die 100% elektrisch rijden vallen in 2018 in de bijtellingscategorie van 4%. Auto’s met een uitstoot van 1 gr/km of meer, hebben een bijtelling van 22%.

Voor elektrische auto’s met een cataloguswaarde hoger dan € 50.000, geldt er vanaf 2019 een hoger bijtellingspercentage. De bijtelling van 4% blijft tot € 50.000; daarboven dient de werkgever rekening te houden met 22% bijtelling. Deze regeling geldt ook voor 2020.

Vanaf 2021 geldt het hoge bijtellingstarief van 22% voor alle elektrische auto’s over de gehele cataloguswaarde. Eigenaren hiervan hebben dan geen fiscaal voordeel meer.

 

 

BTW ander EU-land terugvragen

Wanneer u in 2017 buitenlandse BTW in een ander EU-land heeft betaald, dan kunt u deze BTW tot en met 30 september 2018 terugvragen.

Voor het terugvragen gelden enkele voorwaarden:

Terugvragen van buitenlandse BTW uit EU-land kan vanaf 2010 alleen nog via een elektronisch portaal bij de Belastingdienst. Hiervoor is een speciale inlogcode noodzakelijk.

Deze inlogcode is aan te vragen op de website van de Belastingdienst (https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/rekenhulpen/aanvraag_inloggegevens_voor_terugvragen_btw_uit_eu_landen)

Tussen de aanvraag en ontvangst van de inlogcode zit ongeveer vier weken; dus vraag deze tijdig aan!

 

 

Soepele overgang verhoging laag BTW-tarief

In het regeerakkoord in 2017 heeft het kabinet afgesproken het lage BTW-tarief te verhogen van 6% naar 9% met ingang van 1 januari 2019. Deze verhoging is noodzakelijk om de verlaging van de tarieven in de inkomstenbelasting te dekken.

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft laten weten soepel om te gaan met het opleggen van naheffingen op het BTW-verschil van 3%-punten (tussen 9% en 6%) op diensten of producten die in 2018 zijn betaald, maar pas in 2019 worden geleverd. Voorbeelden hiervan zijn kaartjes voor festivals of sportevenementen die in 2019 plaatsvinden, of een verbouwing aan een woning die in 2019 wordt opgeleverd, maar al in 2018 zijn gefactureerd en betaald.


terug