Meer Nieuws

Nieuwsbrief van 18 december 2012

Facebooktwitterlinkedinmail

Behandelde onderwerpen in deze nieuwsbrief:

 

Minimumloon per 1 januari 2013

Per 1 januari 2013 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,906% ten opzichte van 1 juli 2012.

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband zijn per 1 januari 2013 als volgt in €:

Leeftijd % van hetminimumloon Per maand Per week Per dag  
23 jaar en ouder 100 % 1.469,40 339,10 67,82
22 jaar 85% 1.249,00 288,25 57,65
21 jaar 72,5% 1.065,30 245,85 49,17
20 jaar 61,5% 903,70 208,55 41,71
19 jaar 52,5% 771,45 178,05 35,61
18 jaar 45,5% 668,60 154,30 30,86
17 jaar 39,5% 580,40 133,95 26,79
16 jaar 34,5% 506,95 117,00 23,40
15 jaar 30% 440,80 101,75 20,35

 

Het bruto minimumloon per 1 januari 2013, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek (incl. 0,906% verhoging) bedraagt in €: 

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week  
23 jaar en ouder 9,42 8,92 8,48
22 jaar 8,01 7,59 7,21
21 jaar 6,83 6,47 6,15
20 jaar 5,79 5,49 5,21
19 jaar 4,95 4,69 4,45
18 jaar 4,29 4,06 3,86
17 jaar 3,72 3,53 3,35
16 jaar 3,25 3,08 2,93
15 jaar 2,83 2,68 2,54

 

Informatie levensloop

Reeds in 2011 is de levensloopregeling beëindigd. Met betrekking tot de tegoeden ultimo 2012 is er een overgangsregeling:

Levenslooptegoed op 31 december 2011 vanaf € 3.000:

Werknemers die hieraan deelnamen, kunnen tot en met 31 december 2021 bestedingsvrij over hun aanspraken als gevolg van de levensloopregeling beschikken. Over de voorziening mag ook worden beschikt voor andere doeleinden dan als loonvervanging tijdens een verlofperiode.

Voor deze werknemers geldt ook dat zij hun aanspraken inzake de levensloopregeling kunnen blijven opbouwen, volgens de op 31 december 2011 geldende regels, met dien verstande dat zij over de inleg die vanaf 1 januari 2012 heeft plaatsgevonden of nog gaat plaatsvinden geen levensloop-verlofkorting meer opbouwen. Bij de belastingheffing over de opgenomen bedragen of, als het tegoed op 31 december 2021 nog niet volledig is opgenomen, over de waarde in het economische verkeer van de op dat moment resterende aanspraak, worden de in het verleden opgebouwde rechten op de levensloop-verlofkorting in aanmerking genomen.

Voor de gevallen waarin de werknemer in het jaar 2013 over de volledige aanspraak beschikt, wordt geregeld dat het in beginsel in de belastingheffing te betrekken bedrag niet volledig in aanmerking wordt genomen. Tot het bedrag van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak op 31 december 2011 wordt 80% van die waarde in aanmerking genomen. Het meerdere wordt wel volledig belast.

Levenslooptegoed op 31 december 2011 minder dan € 3.000:

Het levenslooptegoed valt geheel vrij per 1 januari 2013. Over 80% van het per 31 december 2012 opgebouwde levenslooptegoed wordt belasting geheven. Is in 2012 ook nog levenslooptegoed opgebouwd, dan wordt dit deel voor 100% in de belastingheffing betrokken.

Beperking hypotheekrenteaftrek vanaf 2013

Als u op dit moment een hypotheek heeft mag u de rente van deze schuld aftrekken in Box I, en verminderd u hiermee het inkomen uit werk en woning. Zoals het nu lijkt gaat er een beperking komen in de renteaftrek van nieuwe leningen voor de eigen woning. Deze is niet zonder meer aftrekbaar en dient volgens een annuïtair aflossingschema te worden afgelost. Dat wil zeggen in het begin van de looptijd een hoog rentebedrag en een laag aflossingsbedrag en aan het einde (max. dertig jaar) een hoog aflossingsbedrag en een laag rentebedrag. Er is gekozen voor deze vorm omdat wordt verondersteld dat uw inkomen hoger zal worden in de toekomst. Andere vormen mogen nog worden afgesloten, maar de rente hierover zal niet meer aftrekbaar zijn voor de eigen woning in Box I..

In de media heeft u kunnen lezen dat veel mensen dit jaar nog een nieuwe lening voor de eigen woning willen afsluiten. In veel gevallen is dit echter (nog) niet nodig omdat er overgangsrecht geldt. In grote lijnen komt dit overgangsrecht op het volgende neer: wanneer u nog dit jaar een koopovereenkomst of een koopaannemingsovereenkomst sluit, valt u komend jaar nog onder de ruimere regels zoals deze nu nog gelden. We adviseren dan wel de overeenkomst te laten registreren om discussies met de Belastingdienst te voorkomen. Wanneer u in de bestaande woning blijft wonen en in de toekomst een lening wilt vervangen (bijvoorbeeld omdat een andere bank of dezelfde bank een andere lening tegen betere condities kan bieden), dan wordt deze nieuwe lening als bestaande lening gezien, waarvoor ook de ruimere regels van nu gelden. Mocht dit voor u gelden, dan adviseren we u contact met ons op te nemen om op basis van het overgangsrecht te kijken wat voor u de feitelijke situatie is.

Een bestaande aflossingsvrije hypotheek voor de eigen woning, kan tot 1 april 2013 worden omgezet in een (bank)spaarhypotheek met behoud van de ‘oude’ regels voor hypotheekrenteaftrek.

Kapitaalverzekering eigen woning

In de eigenwoningregeling vanaf 2013 dient de kapitaalverzekering in de polis gekoppeld te zijn aan de eigen woning om in aanmerking te komen voor vrijstelling in box I. In sommige gevallen is dit niet gebeurd omdat het bedrag onder de vrijstelling van box III valt. Mogelijk komt de polis door aangroei in de toekomst boven de maximale vrijstelling in box III uit. In dat geval is het verstandig vóór 31 december 2012 deze aantekening op de polis te laten maken omdat uw kapitaalverzekering anders niet aan de woning is gekoppeld. Kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten die niet op 1 januari 2013 zijn omgezet, behoren tot de rendementsgrondslag in Box III. Het is in de toekomst niet meer mogelijk de polis alsnog aan de eigen woning te koppelen.

Blokkeringsregeling Belastingdienst

De Belastingdienst gaat met ingang van het aangiftejaar 2012 de blokkeringsregeling uitvoeren In het kort houdt dit het volgende in: Indien uw fiscale aangiften (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) de laatste jaren in de uitstelregeling zaten, worden deze geacht vóór de uiterste termijn ingeleverd te worden bij de Belastingdienst. Bij het toekennen van uitstel voor 2012 zal gekeken worden naar de afgelopen drie belastingjaren. Zijn er in deze periode twee aangiften niet op tijd ingeleverd, dan gaat de Belastingdienst uw verzoek voor uitstel voor het jaar 2012 niet honoreren, oftewel het uitstelverzoek wordt geblokkeerd. Is de aangifte van het laatste ingediende jaar, oftewel 2011, wél op tijd ingediend, dan zal wel uitstel worden verleend. Bij blokkering van het uitstel dient u uw aangifte dus vóór 1 april 2013 ingeleverd te hebben.

Omdat het ook verzoeken van ondernemers betreft, betekent dit dat uw administratie en jaarrekening tijdig aangeleverd dienen te worden.

 Wijziging factureringsregels voor de BTW per 1 januari 2013

Vanuit de gedachte de BTW-facturering te vereenvoudigen, te moderniseren en binnen de Europese Unie verder te harmoniseren, zijn met ingang van 1 januari 2013 nieuwe factureringsregels van kracht. De factuur heeft zowel de functie van bewijs voor recht op aftrek van BTW, als van een uitnodiging tot het overgaan tot betaling. Onderstaand vindt u de belangrijkste factuureisen:

–          Een BTW-ondernemer is verplicht een factuur uit te reiken binnen 15 dagen volgend op de maand waarin hij:

–          Op de factuur dienen de volgende gegevens vermeld te staan:

–          In principe zijn de factureringsregels van toepassing van het EU-land waar de leveringen/diensten conform de plaat van levering/dienst wordt verricht. Specifieke aanduidingen worden dan ook in de taal van het facturerende land vermeld.

–          Vanaf 2013 is het toegestaan een vereenvoudigde factuur uit te schrijven indien het totaal bedrag maximaal € 100 bedraagt (inclusief BTW) of het om een correctiefactuur gaat. De vereenvoudigde factuur bevat in ieder geval de volgende gegevens:

–          Facturen mogen zowel op papier als elektronisch uitgereikt worden. Hierbij dienen zowel de papieren als de elektronische facturen gelijk behandeld te worden. Elektronische verzending is pas toegestaan als deze wordt aanvaard door de afnemer.

–          Een facturerende ondernemer moet de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud en de leesbaarheid waarborgen. In de BTW-wetgeving zijn de volgende methoden in ieder geval toegestaan: met geavanceerde handtekening en elektronische uitwisseling van gegevens (EDI).

DGA niet langer aan te merken als ondernemer

Volgens het arrest van 26 april 2002 was een Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) aan te merken als ondernemer voor de BTW.  Op basis van dit arrest heeft een DGA een woonboerderij laten bouwen en de voorbelasting hiervan afgetrokken in de aangifte van de fiscale eenheid met zijn B.V..  Vervolgens heeft het Europese Hof op 18 oktober 2007 bepaald, dat een DGA juist géén fiscale eenheid met de B.V. kan vormen (Van der Steen arrest). Op basis van dit laatste arrest, heeft een inspecteur van Belasting in bovengenoemd geval gesteld dat de voorbelasting ten onrechte is afgetrokken en dat er een onttrekking van het eigen vermogen heeft plaatsgevonden. De inspecteur heeft dan ook de afgetrokken omzetbelasting nageheven.

De Hoge Raad heeft onlangs verklaard dat, op basis van het arrest Van der Steen, de DGA niet is aan te merken als ondernemer voor de BTW en dat hij daarmee ook nooit deel heeft uitgemaakt van de fiscale eenheid. De Hoge Raad merkt daarbij op dat het rechtszekerheidsbeginsel zich verzet tegen naheffing van de (ten onrechte) in aftrek gebrachte voorbelasting. De woning is nu dus BTW-vrij en er mag geen correctie voorbelasting geheven te worden.

Naar aanleiding van deze zaak, zullen ook vergelijkbare zaken overeenkomstig worden afgehandeld.

 Wijzigingen per 1 januari 2013 in het kort

Bewaarverplichting

Aangezien de bewaartermijn voor bedrijven en zelfstandigen zeven jaar is, kunt u uw administratie van 2005 en ouder vernietigen, met uitzondering van gegevens die van toepassing zijn op onroerend goed. Deze dienen tien jaar bewaard te worden. Voor particulieren is formeel gezien niets vastgelegd. Maar aangezien de Belastingdienst tot 5 jaar mag navorderen, is het verstandig de administratie minstens 5 jaar te bewaren.


terug