Meer Nieuws

Nieuwsbrief van 11 december 2018

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Behandelde onderwerpen in deze nieuwsbrief:

 

Eigenwoningforfait omlaag

Onlangs is pas het eigenwoningforfait voor 2019 bekendgemaakt. Eigenaren van woningen met een WOZ-waarde tussen € 75.000 en € 1.072.000 dienen een forfait van 0,65% aan te geven (was 0,70% in 2018).

 

Gebruikelijk loon in 2019

Voor een aanmerkelijk belanghouder (DGA), die in loondienst is bij zijn eigen BV, geldt een gebruikelijk loon. Het gebruikelijk loon blijft in 2019 € 45.000 op jaarbasis, evenals in 2017 en 2018. Dit bedrag is een minimumloon voor DGA’s, tenzij hij/zij aannemelijk kan maken dat bij een meest vergelijkbare dienstbetrekking van een werknemer, die geen DGA is, een lager loon gebruikelijk is.

Deze ‘gebruikelijk-loonregeling’ is soepeler voor DGA-ers van innovatieve start-ups. Gezien het innovatieve karakter van veel start-ups, mag een DGA maximaal drie jaar het wettelijk minimumloon hanteren.

 

De WIEG in een notendop

De Tweede Kamer heeft onlangs ingestemd met het voorstel voor de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG). Door het wetsvoorstel krijgen werknemers per 1 januari 2019, ná de bevalling van hun partner, recht op geboorteverlof. Dit verlof duurt maximaal eenmaal de wekelijkse arbeidsduur. Een werknemer die 32 uur per week werkt, heeft dus recht op 32 uur geboorteverlof. Tijdens het geboorteverlof moet de werkgever het loon doorbetalen.

Per 1 juli 2020 komt hier het aanvullend geboorteverlof bij. Dit verlof duurt maximaal vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. Tijdens het aanvullend geboorteverlof ontvangt de werknemer een uitkering van UWV ter hoogte van 70% van zijn dagloon (tot 70% van het maximumdagloon). De werknemer moet eerst het geboorteverlof opmaken, voordat hij aanvullend geboorteverlof kan opnemen.

 

Belastingvrij belonen via de WKR

Via de Werkkostenregeling kunt u uw werknemers belastingvrij vergoedingen en verstrekkingen geven. De ruimte waarbinnen dat belastingvrij mag, heet ‘vrije ruimte’ en is 1,2% van het totale fiscale loon. Je kunt hierbij denken aan personeelsfeestjes (buiten werkplek), kerstpakketten en maaltijden (inclusief BTW!). Naast de vrije ruimte bestaat er ook de ‘gerichte vrijstelling’, zoals vergoede treinkaartjes of studiekosten en ‘nihilwaardering’; denk hierbij aan apparatuur (let op de gebruikelijkheidscriterium!), kleine consumpties en arbovoorzieningen op de werkplek.

Belangrijk is natuurlijk dat door het jaar heen duidelijk en inzichtelijk is welke kosten er voor de werknemers worden gemaakt, zodat bijvoorbeeld aan het einde van het jaar te zien is of er nog ruimte is voor een beloning in de vrije ruimte. Maak daarom een aparte groot-boekrekening aan in uw administratie voor de WRK; zo wordt overschrijding van de ruimte voorkomen. Bij overschrijding dient de werkgever namelijk 80% eindheffing te betalen.

 

Actiepunten bij verhoging BTW-laagtarief

Per 1 januari 2019 vindt de verhoging van het lage BTW-tarief van 6% naar 9% plaats.
BTW-ondernemers zullen hiervoor tijdig maatregelen moeten nemen, zoals:

 

Eindejaarstips 2018

Particulieren

Wanneer het vermogen (spaargeld, beleggingen, tweede woning) hoger is als
€ 30.000 (voor fiscale partners € 60.000), wordt er belasting Box III geheven. De peildatum voor de Inkomstenbelasting 2019 is 1 januari 2019. Om belasting in Box III te besparen kunnen de volgende uitgaven vóór 1 januari 2019 overwogen worden:

De tarieven van Box I in de Inkomstenbelasting worden de komende jaren verlaagd. Dat betekent dat aftrekposten meer voordeel opleveren in 2018 dan in 2019 of later. Daarnaast zal vanaf 2020 het maximale aftrekpercentage van veel aftrekposten worden afgebouwd naar 37,05% in 2023. Met name bij de hogere inkomens kan dit grote verschillen opleveren.

Om maximaal voordeel van aftrekposten te behalen, kunnen aftrekposten, zoals giften (ANBI) naar voren gehaald worden. Maar hetzelfde geldt ook voor afkoop van alimentatieverplichting en hypotheekrente.

Per 1 januari 2019 gaat het lage BTW-tarief omhoog van 6% naar 9%. De verhoging betreft met name levensmiddelen, kapper, fietsenmaker, boeken, tijdschriften, bloemen&planten, werkzaamheden aan woningen > 2 jaar, culturele uitvoeringen, kamperen, logies, sportactiviteiten en personenvervoer. Maak, als het mogelijk is, dit jaar nog gebruik van het lage BTW-tarief, door voor goederen en diensten nog in 2018 te betalen, terwijl er pas in 2019 wordt geleverd. Wanneer aan ondernemers wordt geleverd, is het verplicht een factuur uit te reiken. Is de factuur in 2018 uitgereikt, maar wordt pas betaald in 2019, dan mag nog 6% in rekening gebracht worden. Dit geldt echter niet voor particulieren en vrijgestelde ondernemers; zij zullen ook moeten betalen vóór 1 januari 2019.

Wanneer uw inkomen in 2018 hoger zal zijn dan in 2019 en/of uw wilt het Box III-vermogen verlagen (zie ook hierboven), dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn de hypotheekrente vooruit te betalen. In 2018 mag maximaal de hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2019 in aftrek worden genomen. Let op: niet iedere bank accepteert vooruitbetaling!

 

IB-ondernemer

Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf investeringsaftrek (KIA) heeft ontvangen, zal bij desinvestering binnen 5 jaar een desinvesteringsbijtelling verschuldigd zijn. Stel, indien mogelijk, daarom een desinvestering van een bedrijfsmiddel (geïnvesteerd in 2014) uit tot ná 31 december 2018.

Heeft u destijds gekozen om voor de verkoopwinst op een bedrijfsmiddel een herinvesteringsreserve (HIR) te vormen op de balans, zal deze na drie kalenderjaren vrijvallen in het resultaat als er niet opnieuw geïnvesteerd is. Een HIR mag maximaal drie jaar op de balans staan.

Kleine ondernemers die op jaarbasis minder dan € 1.883 aan BTW hoeven af te dragen aan de Belastingdienst, kunnen gebruik maken van de KOR (Kleine Ondernemers Regeling). Bij toepassing van de KOR hoeft er geen of slechts een deel BTW afgedragen te worden. Dit kan per jaar of per kwartaal toegepast worden.

 

Directeur-grootaandeelhouder (DGA)

Wanneer een DGA een rekening-courantovereenkomst heeft zijn/haar BV, zal er rente moeten worden berekend wanneer het saldo hoger is als € 17.500. Dit geldt ook als alleen halverwege het jaar de stand boven € 17.500 uitkomt.

Indien er liquide middelen of zaken geleend worden aan de eigen BV, zullen de inkomsten hiervan (rente en/of huur) aangegeven moeten worden in Box I als ‘Resultaat overige werkzaamheden’. De gemaakte kosten met betrekking tot deze zaken, bijvoorbeeld onderhoudskosten pand, kunnen als aftrekpost meegenomen worden.

De maximale termijn waarbinnen een jaarrekening van een BV gedeponeerd moet worden bij de Kamer van Koophandel is 12 maanden. Volgens de wet moet het bestuur van de BV de jaarrekening binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar opmaken. Vervolgens hebben de aandeelhouders 2 maanden tijd om de jaarrekening vast te stellen. De aandeelhouders kunnen het bestuur eenmalig uitstel van 5 maanden geven.

 

Besloten Vennootschap

De belastingrente die de Belastingdienst in rekening brengt bij vennootschappen is 8%. Het is verstandig de voorlopige aanslag Vennootschapsbelasting 2018 te controleren en eventueel te verhogen, of vraag zelf een voorlopige aanslag aan. Wanneer er vóór 1 mei 2019 een voorlopige aanslag 2018 aangevraagd wordt, wordt er geen belastingrente opgelegd.

Op onroerende zaken in eigen gebruik van de BV, kan met ingang van 2019 nog maar beperkt afgeschreven worden. Tot en met 2018 kon de BV afschrijven tot een waarde van 50% van de WOZ-waarde; vanaf 2019 is dat nog tot 100% van de WOZ-waarde! Als overgangsregeling is opgenomen dat wanneer er per 1 januari 2019 nog geen drie jaar is afgeschreven op een bedrijfspand, er nog drie jaar volgens het oude regime afgeschreven mag worden.

Het VPB-tarief over de eerste € 200.000 winst, wordt in 2019 verlaagd van 20% naar 19%. Schuif de winst door naar 2019, wanneer dat binnen de fiscale mogelijkheden kan!

 


terug